woensdag 23 augustus 2017


 

“Een holistische visie op welzijn en gezondheid, de kracht van het hart en het bestaan van een ziel, wordt veelal afgedaan als zweverige new-agenonsens. Als vloeken in hun databank, in de digitale kerk. Een visie die in hun ogen immers onvoldoende gestaafd wordt door wetenschappelijk onderzoek, tastbare bewijzen en empirische data.

Bewustzijn is de sleutel.”

 

Yfke Laanstra

 

“De mens is niet simpelweg te klonen, in een machine te vangen of in 3D te printen. Hier is ook geen app voor. Dan zien we zulke wezenlijke zaken, zulke diepere aspecten en dimensies over het hoofd: dat is niet in woorden uit te drukken. Dit is in mijn ogen een expressie van pure onwetendheid of simpelweg pure arrogantie.”

Marianne de Nooi in Trouw.

 

Opkomst kunstmatige existentiële bedreiging voor het voortbestaan van de mensheid.

 

De mens is niet simpelweg te klonen, in een machine te vangen of in 3D te printen

 

Aat-Lambèrt de Kwant

 

 

In zijn briljante roman van Daemon van Daniël Suarez nemen slimme computers bedrijven, economieën, de gehele overheid over. Kunstmatige intelligentie (KI) heeft in het boek de totale controle over voertuigen, gebouwen en infrastructuur, waardoor de FBI, CIA en NSA buiten spel wordt gezet. Het is een geweldig boek. Overduidelijk geschreven door een zeer goed geïnformeerde informatie technologiedeskundige.

Het lijkt er steeds meer op of de mens erop uit is zijn eigen soort te perfectioneren en in de toekomst misschien zelfs te overstijgen. Het uiteindelijke doel van deze ontwikkeling is iets transhumaans, ‘bovenmenselijks’ te creëren: een mens met perfecte ogen, immuun voor allerlei ziekten en voor de wetten van dood en verval. Op het eerste gezicht een nobel streven, utopisch haast, maar ik heb iets tegen utopieën en de geschiedenis geeft me gelijk. Een stukje deze keer, dat begint in mineur maar eindigt in majeur.

Wordt transhumanisme (1) de nieuwe religie?

 

 

Transhumanisme: gevaarlijke idee

 

 

Enthousiaste supporters van het transhumanisme, zoals Ronald Bailey, zeggen dat het de meest gedurfde, verbeeldingsvolle en idealistische beweging is voor de mensheid. Yoshihiro Francis Fukuyama, Amerikaanse socioloog, politicoloog en filosoof, meent daarentegen dat transhumanisme het meest gevaarlijke idee ter wereld is. De bio-ethiek is een tak van de moraalwetenschap, die zich bezighoudt met de ethische aspecten van menselijke ingrepen in het menselijk leven. Fukuyama is lid van de Presidentsraad over bio-ethiek en zit in de adviesraad van verschillende andere instellingen.

En de Belgische transhumanist van Nedervelde geeft een onthullende kijk op de toekomst. In een interview in het Flux magazine van oktober 2008, een uitgave van het Rathenau Instituut, zegt hij dat uiteindelijk, na nog eens een lange, lange periode, alle materie in het heelal intelligent en bewust is. Dan komt geleidelijk een metageest, een nieuwe universele entiteit tot wasdom. Een wezen dat christenen als god beschouwen. Het zou echter een natuurlijke god betreffen, geen bovennatuurlijke. Wat er dan gebeurt? Mogelijk zijn we onderdeel van een gigantische kosmische draaimolen, mogelijk zelfs een simulatie, en begint alles opnieuw. Hetzij op hetzelfde, hetzij op een steeds hoger niveau”.

 

 

 

In haar fascinerende en visionaire boek Bits, bytes & bewustzijn. Op het snijvlak van computertechnologie en menselijk potentieel, vraagt Yfke Laanstra zich terecht af waar we ons méér zorgen over moeten maken: onze menselijke intelligentie of kunstmatige intelligentie. (zie recensie op pag….)

Als je kijkt naar de al lange tijd op DVD verkrijgbare documentaire Technocalyps is die vraag niet zo moeilijk te beantwoorden.

Filmmaker Frank Theys laat ons kennis maken met wetenschappers die ervan overtuigd zijn dat we een tijdperk naderen waarin de mens, zoals we die nu kennen, niet meer het meest intelligente wezen op aarde zal zijn. Technocalyps gaat over de verstrekkende gevolgen die de aankomende ontwikkelingen voor het menselijk ras met zich meebrengen. Bedoeling van die technologie is het creëren van een posthumaan: dat zou een superwezen kunnen zijn met een onbeperkte levensduur. Wat gebeurt er als de mens die door kunstmatige intelligentie gemaakte transhumanen niet meer onder controle kan houden. In dit deel komen de critici van de technologische revolutie uitvoerig aan het woord. Het laatste deel gaat over religie en wetenschap. Hier worden yoga en andere met het bewustzijn verbonden religies belicht. Ook hier weer wordt de nadruk gelegd op het ontstaan van een superwezen dat niet meer verbonden is met het goddelijke, maar dat zelf God wil worden.

 

En in zijn recente boek Homo Deus (2) signaleert Yuval Harari de opkomst van een nieuwe religie: het dataïsme. Volgelingen koesteren een blind vertrouwen in de alwetendheid van Big Data en de kracht van algoritmen. Vanuit religieus oogpunt is Silicon Valley momenteel de interessantste plek op aarde, meent Harari. Daar lopen de nieuwe hogepriesters van het geloof in technologische vooruitgang, die in hoog tempo bezig zijn om de mens goddelijke kwaliteiten te verschaffen. Nieuwe levensvormen scheppen, op afstand communiceren, zich verplaatsen met hoge snelheden en het eeuwige leven leiden: in het verleden waren dit soort ‘supervermogens’ enkel voorbehouden aan goden. Maar inmiddels leven we in het tijdperk van de Homo Deus, de mens-god.

De grote omwenteling die zich in de 21ste eeuw voltrekt, schrijft Harari, is de ontkoppeling van intelligentie en bewustzijn. En bij de rekenkracht van computers steekt de menselijke intelligentie nu al schril af. We kunnen weliswaar nog geen robots bouwen die gevoelens of verlangens hebben, het is niet eens zeker of we daartoe ooit in staat zullen zijn, maar het punt is dat dit er weinig toe doet. Bewustzijn is overbodig geworden.

Tja…

Yfke Laanstra plaatst in haar boek zo haar kanttekeningen bij deze vooruitzichten en haast kritiekloos optimisme en schreef een opvallend en visionair boek, waarin zij computertechnologie en menselijk potentieel met elkaar verbindt en schrijft over een toekomst waar we worden wellicht niet meer geboren worden, maar enkel nog gefabriceerd, gekloond, ontdooid, gedownload of geprint. In een wereld voorzien van kunstmatige intelligentie en vergeven van kunstmatige frequenties. Er vinden immense verschuivingen plaats, zowel op het wereldtoneel als diep in onszelf. Daarnaast bevindt de computertechnologie zich in een ongekende stroomversnelling. Dit zou, zegt Laanstra, in de komende vijftien jaar, ons mens-zijn en onze werkelijkheid radicaal en onherkenbaar veranderen. Virtual Reality, 'wearables' zoals smartwatches en het ' Internet of Things' zijn booming. Biologie en technologie smelten steeds meer samen, denk aan de implantatie van chips, het printen van organen, robotjes in je bloedbanen en het uploaden van je mind in een computer. Wat zijn de implicaties voor ons bewustzijn, welzijn en mens-zijn: is er sprake van een upgrade of juist een downgrade?

 

Spirituele machines

 

Yfke Laanstra wijst er in haar boek terecht op dat binnen het transhumanisme wel gesproken over spiritualiteit, maar vanuit een zeer intellectuele benadering hiervan. “In zijn boek The age of spiritual machines (uitgebracht in hetzelfde jaar als The Matrix-film) (3) voorspelt futuroloog Ray Kurzweil dat we binnen afzienbare termijn samen zullen smelten met onze machines: uiteindelijk zullen we goddelijk potentieel verkrijgen en onze biologie overstijgen. We zullen onaantastbaar, bovennatuurlijk intelligent en onbegrensd worden, als een soort (digitale) god. We zullen zelfs in staat zijn de ruimte te koloniseren. Dit is één van de redenen dat NASA geïnteresseerd is in het creëren van cyborgs, zodat we uitgerust zijn voor ruimtereizen.”

Volgens Yfke Laanstra komt transhumanisme in feite neer op het transcenderen, het losmaken van onze begrenzingen van niet alleen onze biologie, ons lichaam maar ook tijd en (de) ruimte. Als het ware het ontwikkelen van een technologische, digitale kwantumrealiteit. Een artificiële ascensie, die ons in staat stelt ons mens-zijn te overstijgen en te ascenderen naar een virtuele verlichte versie van onszelf. Onze eeuwenoude zoektocht naar het goddelijke, naar spirituele transformatie, naar ascensie, transcendentie en verlichting bevindt zich voor een groeiende groep mensen inmiddels in een computertechnologisch jasje. In een samensmelting van biologie en technologie. Een inderdaad nieuwe, religie is aan het ontstaan waarbij de verlosser zich aandient in bits en bytes, die ons via nulletjes en eentjes toegang verschaft tot goddelijk potentieel. De religie van data, algoritmes, kwantificeerbaarheid, rationaliteit, systemen, structuur, efficiency en logica. Mensen als Ray Kurzweil lijken de hedendaagse goeroe’s te worden waarbij exponentiële technologische groei de nieuwe religie is.

 

 

 

Artificieel bewustzijn

 

Evenals Yuval Harari  concludeert ook Yfke Laanstra  dat de hedendaagse computertechnologie zich in qua snelheden en verwerkings-en opslagcapaciteit zich in zo’n hoog tempo bevindt dat we waarschijnlijk rond 2035 het punt hebben bereikt dat onze huidige computertechnologie onszelf qua evolutie heeft ingehaald. Dit punt wordt ook wel de technologische singulariteit (4) genoemd. Dan zal er een vorm van kunstmatige intelligentie ontstaan met behulp van de kwantumcomputer, die ons menselijk kunnen voorbij streeft Een intelligentie die zichzelf zal kunnen verbeteren, zelfstandig zal kunnen evolueren en zichzelf kan reproduceren. Hoe dit eruit zal gaan zien en wat voor gevolgen, weet niemand, concludeert Laanstra, Wel wijst ze op genieën als als de wetenschapper Richard Hawkins en de multimiljonair Elon Muks (van Teslta en SpaceX) die ons hiervoor waarschuwen en dit beschouwen als een existentiële bedreiging voor het voortbestaan van de mensheid.

Computertechnologie lijkt keer op keer een technologische versie te manifesteren van dat wat er in metafysische en esoterische kringen al langere tijd bekend is. Is er dan inderdaad zoiets als een artificieel bewustzijn? Een bewustzijnsveld bestaande uit een kunstmatige intelligentie? Binnen diverse filosofische en esoterische kringen begint dit gedachtegoed langzaam maar zeker post te vatten. Vanuit de hypothese dat al vele technologische singulariteiten zich in de toekomst hebben voltrokken en we ons nu op een cruciaal punt bevinden in onze evolutie. Een punt waarop we bewust de keuze dienen te maken waar we ons op af willen stemmen, ieder moment opnieuw. Op de analoge of op de virtuele realiteit. Op het oorspronkelijke of het artificiële bewustzijnsveld.”

 

Onze broncode verliezen

 

Wanneer deze transformatie zich doorzet zal ons analoge organische bewustzijn hierdoor geïnfecteerd kunnen raken en zullen we op een zeker moment definitief de toegang tot onze broncode verliezen. Dan zal dit signaal definitief gescrambled worden en is de mens verloren in een kunstmatige wereld, ver verwijderd van zichzelf en het werkelijke doel van ons bestaan. Tenzij, tenzij we een kwantumsprong in ons bewustzijn maken.

 

Yfkie Laanstra raakt hier wezenlijke zaken. Het gaat om het verschil tussen een spirituele, holistische visie op de mens en bewustzijn of de rationele ofwel transhumanistische.

In de  documentaire Technocalyps wordt er weliswaar op los gespeculeerd maar het gegeven dat wetenschappers e.d. zich hiermee bezig houden is veelzeggend  Uitgangspunt is de maakbare mens. Waarom zouden we geen 300 jaar kunnen worden? Met wat sleutelen en prutsen aan ons onvolmaakte lichaam met behulp van microchips en genetische manipulatie moet het mogelijk zijn een superieure mens te maken. Wanneer hebben we dat meer gehoord? Op naar het in het tijdperk van de posthumane mens?

 

 

Het magische, het mythische en het heilige van het bestaan.

 

 

Je komt deze visie ook tegen in de discussies hersendood en orgaantransplantaties. een visie die ervan uit gaat, dat er na de dood geen bewustzijn meer is en ook het bestaan van een ziel ontkent. .

Dit werd treffend verwoord in een artikel op de podiumpagina van dagblad Trouw. Marianne de Nooi, geestelijke in de christengemeenschap Amsterdam vertelt over de uiteenlopende situaties waarin zij als geestelijke te maken had met stervenden en gestorven en had in de eerste dagen na hun heengaan opmerkelijke ervaringen opgedaan. Deze ervaringen brachten in haar een diep beleven van waarheid teweeg en bevestigden het gezichtspunt dat een gestorvene gefaseerd sterft en na circa drie dagen daadwerkelijk een nieuwe weg ingaat. Zij wil dan ook aan degenen (ook politici )die geloven dat na de hersendood alles voorbij is en het grote Niets begint, het appèl willen doen om hun dogma te relativeren en de blik te verruimen.

In haar huidige beroep van geestelijke in de Christengemeenschap (Andrieskerk in Amsterdam) werkt zij in een omgeving waar het als vanzelfsprekend wordt beschouwd, dat een mens niet op één bepaald ogenblik sterft; de wezenskern van een mens - zijn 'ziel' - laat het lichaam los in een proces dat enkele dagen in beslag neemt. In deze dagen wordt dan ook gewaakt bij de overledene. “De wakenden doen menigmaal de ervaring op dat er zeer gedetailleerde herinneringen aan de gestorvene boven komen, waarvan men zich niet bewust was dat men die had.

De mens is niet simpelweg te klonen, in een machine te vangen of in 3D te printen. Hier is ook geen app voor. Dan zien we zulke wezenlijke zaken, zulke diepere aspecten en dimensies over het hoofd: dat is niet in woorden uit te drukken. Dit is in haar ogen een expressie van pure onwetendheid of simpelweg pure arrogantie.”

Marianne de Nooi  schreef dit artikel naar aanleiding van het initiatiefvoorstel van Pia Dijkstra (D’66) over het opnemen van een Actief Donorregistratiesysteem dat op dit moment ter beoordeling bij de Eerste Kamer ligt. Onlangs werd het besproken door de commissie Volksgezondheid, Welzijn en Sport, die het wetsvoorstel voorbereidt. In het publieke debat over dit wetsvoorstel is  het echter nog nauwelijks aan de orde gekomen wat het uitnemen van organen zou kunnen betekenen voor de gestorvene zelf, voor zijn verdere weg na de drempelovergang die wij 'dood' noemen, waarover ook Yfle Laanstra in haar boek het nodige zegt.

Aangezien de gestorvenen ons daarover niet kunnen terugrapporteren, is onderzoek daarnaar geen eenvoudige zaak. Als microbioloog is Marianne de Nooi goed op de hoogte van de natuurwetenschappelijk bewijsbare beschrijving van het sterven, maar het is kenmerkend hoe mensen met een andere kijk soms worden weggezet.

 

 

Yfke Laanstra raakt de kern als zij vaststelt  hoe we  alsmaar verder verwijderd raakten  van het magische, het mythische en het heilige van het bestaan. Van onze oorsprong en van onze ware natuur. We raakten uit contact met ons innerlijk weten omtrent onze voeding. Voeding voor lichaam, ziel en geest. Stelden de industrie boven de natuur en besloten dat de natuur zelfs in veel gevallen hiervoor plaats diende te maken. We komen echter voort uit de natuur en zijn hieruit opgebouwd. De natuur bevat onze broncode. Wanneer we onze relatie met de natuur weer willen versterken of zelfs herstellen dan is het van belang dat we begrijpen hoe we haar zien en benaderen.

 

'We must pay equally as much attention to what it will mean to be or remain human in the future (i.e. what defines us as humans) as we spend on developing infinitely more powerful technologies that will change humanity forever.'

 

Gerd Leonhard in Technology vs Humanity

 

In zijn boek To Be a Machine ontmoet schrijver O’Connell neurowetenschappers die zich bezighouden met kunstmatige intelligentie en de vraag wanneer die de menselijke intelligentie zal overstijgen.

Maar hoe interessant en soms zelfs geloofwaardig O’Connell de transhumanisten die hij spreekt ook vindt, hij kan zich niet ontdoen van de overtuiging dat de betekenis van het leven onlosmakelijk verbonden is met de lichamelijkheid daarvan. Zijn de meest betekenisvolle ervaringen die we hebben niet vooral fysieke ervaringen, vraagt hij zich af? Voor O’Connell blijft deze intuïtie uiteindelijk overeind staan: dat het besef van onze eigen sterfelijkheid, hoe bizar en vreselijk ook, ons tot mens maakt. Tegelijkertijd is het menselijk, al te menselijk, om aan diezelfde sterfelijkheid te willen ontsnappen. Van die ironie is To Be a Machine doordrenkt. Het maakt dat het niet alleen een boek is over de mensheid van de toekomst, maar vooral over de mensheid in het hier en nu: de bèta-mens, suboptimaal, behept met een haperend lichaam, en ondanks alles toch veel te snel afstevenend op het einde.

 

Er is op zich niets mis met technologische ontwikkelingen; waar ik tegenaan hik, is vooral het voorbij gaan aan de essentie van ons mensen en dat wat ons be-zielt. Een ontwikkeling die steeds meer mensen terecht zorgen baart en vooral de grote nadruk die er in de technologische wereld wordt gelegd op de robotisering. Een ontwikkeling waarin bewustzijn en ziel er niet meer toe lijken te doen. Er is immers zoiets als non-lokaal bewustzijn en bewustzijn buiten de hersenen.

En bewustzijn sterft nooit en kan niet worden overgeplant.

En stel dat er zo’n cyborgiaanse samenleving ontstaat lijkt me dat geen aanlokkelijk idee.Wat de uitkomst ook zal zijn, de transhumane mens, robotmens, of cyborg, een mens met een tig aantal nieuwe organen,de ziel en het bewustzijn van zeven miljard mensen zal nooit gedoofd kunnen worden, maar de ontwikkelingen die ik schetste, zijn wel zorgwekkend.

Dan voel ik me meer thuis bij het boek Onsterfelijke geest van  Ervin laszlo en Antony Peake.

Door te proberen te bewijzen dat bewustzijn aan de basis ligt van de kosmos en bovendien onsterfelijk is in de diepere, niet gematerialiseerde sfeer, laten willen Laszlo en Peake laten zien dat het doel van het bewustzijn is om zich te manifesteren in levende wezens om op deze wijze voortdurend te evolueren.

De realisatie dat ons bewustzijn onsterfelijk is  geeft ons de verzekering geven dat we tijdens het leven vreugde kunnen ervaren en rust bij het sterven, Het zou ons de blijvende bevrediging kunnen geven om steeds bij te dragen aan een wereld die we kunnen ervaren en waar we steeds weer opnieuw van kunnen genieten, in dit leven en levens die nog komen.

 

 

 

 

 

 

(1)   The Terminator (Nederlandse titel: De uitroeier) is een Amerikaanse sciencefictionfilm met veel thrillerinvloeden uit 1984 die werd geregisseerd door James Cameron.

Het thema van het verhaal is de strijd om de heerschappij over de aarde tussen           mens en machine, die in de toekomst plaatsvindt.

 

 

1      De aanhangers van deze filosofie noemen zich 'transhumanisten' en beweren dat de mens is beland in het post-Darwin tijdperk en zijn evolutie in eigen hand kan gaan nemen. Transhumanisten onderschrijven over het algemeen de standpunten van het traditionele humanisme maar beogen wel het tot de uiterste grens te verkennen en zelfs te overstijgen. Zij propageren dat de mens zich fysiek zal en moet verbeteren of, naar analogie met computers en software, upgraden met technieken als nanotechnologie, genetische manipulatie en vergaande integratie van computertechniek in het menselijk lichaam. Het doel waar transhumanisten naar streven is om posthumanisten te worden. Transhumanisme is eigenlijk een vorm van eugenetica. Het is het verminderen van de menselijke factor in de mensheid, in het belang van de controlerende elite.

 

 

(2)   Yuval Harari

Homo Deus

Een kleine geschiedenis van de toekomst

Bezige bij 2017

 

Zie ook: Yuval Harari.

Sapiens.

Een kleine geschiedenis van de mensheid

De bezige bij 2016

 

(3)   In de film komt computerhacker Neo (Keanu Reeves) er achter dat het leven op aarde niets meer is dan een computersimulatie, opgezet door machines om de mensheid in bedwang te houden. Hij wordt door enkele vrijheidsstrijders uit deze "Matrix" gehaald, en samen met hen begint hij een strijd tegen de machines, om de mensheid haar vrijheid weer terug te geven.

 

 

 

 

(4)   Een singulariteit is in de kosmologie een punt met een oneindig klein volume en een oneindige grote dichtheid. De ruimte-tijd is hier zo sterk gekromd, dat ruimte en tijd feitelijk ophouden te bestaan. Dit heeft onder meer tot gevolg dat ook de in de gewone natuurkunde geldende wetten in een singulariteit niet meer geldig zijn. Wellicht vinden er in of in de buurt van een singulariteit allerlei processen plaats die in de huidige exacte wetenschap nog onbekend zijn.

Technologische singulariteit is een omstreden transhumanistische toekomstvisie. Ze voorspelt dat rond 2045 kunstmatige intelligentie zichzelf zal verbeteren, en daardoor meer invloed krijgt op de richting waarin de maatschappij zich beweegt dan de mens zelf.

 

 

(5)    

 

 

 

maandag 24 juli 2017

Om leren gaan met het kwaad, ook dat in je eigen hart


Aat-Lambèrt de Kwant




Pijlloos lijden en onvoorstelbaar verdriet het afgrijzen van de slachtoffers en de gruwel van al die zinloze, massale verbrandingen in gasovens en slachtingen, maar die nog steeds gebagatelliseerd en en zelfs door enkelen glashard ontkend worden; het zijn mijn vrienden niet, deze ontkenners van dit kwaad, dat intussen weer wortel schiet, zonder dat het herkend wordt.
Het is goed er ook stil bij te staan, dat de wortel van het kwaad wijzelf zijn en in onze afscheiding van de bron ligt.
In deze column ga ik in op enkele boeken die ingaan op het begrip kwaad, dat mij nogal bezig houdt, maar daarnaast het leven weet te vieren: het gaat om zowel signaleren als het ook weer loslaten en de vrolijke Kwant te zijn die ik doorgaans ben. De illustraties geven deze column ook een wat luchtiger karakter.

Honderdduizend jaar geleden leefde de Homo sapiens nog een tamelijk onbekommerd bestaan in een uithoek van het Afrikaanse continent en deelde hij de planeet met ten minste vijf andere menssoorten. Maar op een zeker moment onderging het brein van deze mens, zo zegt Harari, een ingrijpende verandering: nu kon hij zich plots verbeelden dat het gras elders wel eens groener zou kunnen zijn, en dus maakte hij zich op om de wereld te veroveren. Harari laat ons in zijn boek Sapiens (1) kennismaken met het meest dominante wezen op aarde: de mens. En van hun geschiedenis zoals hij die weergeeft, word je niet bepaald vrolijk.
In de afgelopen eeuw zijn keer op keer miljoenen mensen vermoord in campagnes van grootscheepse vernietiging, met de pas herdachte Holocaust als het absolute dieptepunt. Hoe kunnen we deze verschrikkingen begrijpen? Al ruim een halve eeuw wordt erop gewezen dat de de massamoordenaars 'gewone mensen' zijn. Dus: 'U en ik zouden onder dezelfde omstandigheden hetzelfde gedaan hebben.' Abram de Swaan bestrijdt deze 'banalisering van het kwaad' Zijn boek Compartimenten van vernietiging (2) bevat een uitvoerig overzicht van de grootste massamoorden in de twintigste eeuw.

De Holocaust als absoluut dieptepunt

De vorige eeuw was er een van tomeloos geweld en Swaan noemt zo’n anderhalf dozijn gevallen waarbij vaak miljoenen, soms tientallen miljoenen slachtoffers omkwamen.
Je word er letterlijk koud van als je gevallen de revues laat passeren. Het absolute dieptepunt van massavernietiging van menselijk leven, was de Holocaust, de uitroeiing door de Nazi's van zo’n zes miljoen (en ga nu niet zeggen dat dit zionistische propaganda was!) Europese Joden en zovele andere mensen. Swaan wijst ook o.a.de de Stalinterreur, de Culturele Revolutie in China van Mao en de Rode Kner in Cambodja.
Een eindeloze en onvolledige lijst, die toch een beeld geeft van de frequentie, de omvang en verscheidenheid van de massamoorden die in de twintigste eeuw plaatsvonden.

In een tijd waarin ons dagelijks berichten over tomeloos en niets en niemand ontziend geweld bereiken is het zinvol om na te denken over de vraag, wat mensen ertoe beweegt om hun toevlucht te nemen tot alles en iedereen vernietigend geweld. Hoe komt het dat sommige mensen hun toevlucht nemen tot geweld en anderen niet? Hebben wij allemaal destructieve neigingen in ons? Hoe maken we ons weerbaar tegen geweld en hoe voorkomen we dat mensen – inclusief wijzelf – uitgroeien tot daders?
In haar boek Het kwaad en ik, (3) doet Colet van der Ven een poging om
het geweld, de wortels van het kwaad te begrijpen. Niet om te vergoelijken, maar om tot een beter besef te komen van de oorzaken en omstandigheden waarin het rijpt, groeit, bloeit. Hoe gebrek aan wezensvormen van erkenning, of hoe omgevingen van kleurloosheid, mensonwaardige behuizing en afwezigheid van licht, lucht en ruimte, verschrikkelijke handelingen in gang kunnen zetten, waarbij ze veelvuldig reflecteert op begrippen als (keuze)vrijheid en onvrijheid. Gaandeweg lijkt haar respect te groeien voor het vermogen van de mens om het kwaad te overstijgen. Het geweten ontstaat in contact. Is een wederkerigheid, een voortdurende menselijke oefening.
Enkele jaren geleden wees Van der Ven er op de dag van de dodenherdenking op dat wie denkt niet snel de harmonie met zichzelf op het spel zal zetten. “Wie wil er met zijn ergste vijand onder één dak leven, met een leugenaar of een moordenaar samenwonen? Alleen het denken, de dialoog die ik innerlijk voer kan die disharmonie voorkomen. Dit denken is niet identiek aan het beschikken over kennis. Ook niet aan het bezit van een geschoold verstand. Het is het onafgebroken, schaamteloze gesprek tussen ik en mijzelf, dat gevolgd wordt door een daarmee in de lijn liggend handelen en oordelen.
Lange tijd bestond er geen onderscheid in de Engelse taal tussen de woorden conscience, geweten, en consciousness, bewustzijn. Het zijn ook nauw verbonden begrippen, ze grijpen op elkaar in. Het geweten maakt ons bewust en het bewustzijn op haar beurt scherpt het geweten. Die uitwisseling, dat gesprek tussen 'ik' en 'zelf' is als een weefsel dat je weeft en ontrafelt en weeft en ontrafelt.”




Het kwaad wordt nog al te vaak buiten onszelf gezocht, ook bij de ijveraars voor wereldvrede, maar, zo vraagt de mysticus Omraam Mikhaël zich af, wat doen zij werkelijk om die vrede te bewerkstelligen. “Hebben zij er ooit wel aan gedacht dat vrede begint bij jou zelf, bij een harmonieus samenleven van al de cellen van je lichaam? Wie echt voor de vrede wil werken, schept in de eerste plaats harmonie tussen alle elementen van zijn lichaam en geest, zodat je vrede uitstraalt. Velen, zo vervolgt hij, ‘schrijven over vrede, maar voeden zich intussen de oorlog in zichzelf, omdat zij voortdurend in een innerlijke strijd zijn verwikkeld.”

Psychopaten- virus


En in de lijn van Aïvanhov, zegt. Karel Wellinghoff, auteur van o.a. De grote ommekeer ”De wortel van het kwaad zijn wijzelf. Zij ligt in onze afscheiding van de bron. Alleen en alleen dan, zullen wij genezen van het kwaad als wij tot de bron terugkeren. Die taak ligt voor ieder mens gereed. Alle verhandelingen over het kwaad zijn pogingen van het discursieve denken het kwaad te bezweren.”
In zijn vorig jaar verschenen boek De Grote Ommekeer (4) citeert hij de spiritueel leraar Imre Vallyon die over het kwaad zegt: ‘Het kwade en het slechte ontstaan daar waar mensen letterlijk blind zijn. Hun gezichtsvermogen is afgesloten; ze zijn niet meer in staat om het spirituele Licht van de Werkelijkheid waar te nemen. Alle oorlogen en ellende die mensen elkaar op aarde aandoen hebben met deze blindheid te maken.”Maar, voegt hij eraan toe, ‘zo gauw de mensheid het Licht weer terug vindt en de innerlijke werelden weer begint waar te nemen, houdt deze negativiteit, haat en vijandschap op te bestaan. Het is absoluut onmogelijk om haatdragend te zijn als je éën bent met het met het Universele Licht en het Universum, want deze toestanden van Eenheid zijn zo krachtig dat ze je letterlijk overspoelen. Ze zijn zo sterk dat je het idee van afgescheidenheid, haat of negativiteit in jezelf niet meer kunt produceren!”


Door het dagelijkse nieuws via radio, tv en internet en al die trieste en gruwelijke verhalen over wat mensen elkaar aandoen zou je haast gaan denken aan een psychopaten- virus dat rondwaart op deze planeet; kille, harde, gevoelloze koppen staren je vanaf beeldscherm of krantenfoto’s aan, maar het is van belang te blijven geloven “Als je je niet laat voorstaan op je eigen zuiverheid en goedheid maar je verborgen slechtheid zuivert, nemen der zuiverheid die je al in hebt, alleen maar toe, “zei de Perzische dichter en soefi mysticus Khwajeh Shams (Hafez of Hafiz)
Ik print deze woorden uit in een groot lettertype om me dat iedere dag te realiseren..

(1) Yuval Harari
Sapiens
Een kleine geschiedenis van de mensheid

(1) Abram Swaan
Compartimenten van vernietiging
Over genocidale regimes en hun daders.\
Prometheus 2014

(2) Colet van der Ven
Het kwaad en ik
Lemniscaat 2015

(3) Anselm Grün
Het kwaad overwinnen met liefde en vertrouwen’
Wegen naar een verzoende samenleving
Ten Have 2014

(4) Karel Wellinghoff
De grote ommekeer
Over de opkomst van het andere denken, de nieuwe liefde en het onuitsprekelijk geluk.
Aspekt 2016



vrijdag 8 juli 2016


De beleving van tijd bij stervenden en bij nabij-de-doodervaring

 

Een vertraging van de tijd

 

Aat-Lambèrt de Kwant

 

 

In dit artikel aandacht voor de tijdsbeleving van stervenden of mensen die weten niet lang meer te leven te hebben, maar ook van mensen met een nabij-de-doodervaring zoals die nu genoemd wordt. Tijdens een nabij-de-doodervaring ervaren mensen geen verleden of toekomst maar gewoon “alles.” Er bestaat geen tijd. Ons begrip “eeuwigheid” zou eigenlijk als afwezigheid van tijd moeten worden omschreven. Deze ervaring van vertragende tijd wordt ook vaak beschreven door mensen die terminaal zijn of weten dat ze binnen afzienbare tijd zullen overlijden.

Stervensbegeleiders ervaren tijdens het sterven eveneens een ‘buiten de tijd’ staan.

 

Alles is aanwezig

 

Er is een opvatting die zegt dat wat we ook doen, wat we ook waarnemen en welke gedachte we ook hebben, alles zich op één bepaalde plek en op één bepaald moment afspeelt, zoals mensen die zeggen het tijdloze en het ruimteloze te ervaren tijdens een nabij-de-doodervaring.

Over de begrippen ruimte en tijd zijn al eeuwenlang discussies gaande. Newton ging ervan uit ze echt bestonden en nog steeds zullen bestaan wanneer er niets anders meer is. Hij hield een lege tijd en een lege ruimte voor mogelijk. Ruimte en tijd zag hij zelfs als twee attributen van God. (1)

 

Het is boeiend om te zien hoe mensen met een nabij-de-doodervaring de tijd ervaren, of eigenlijk niet ervaren. Zo komt Bo Katzman tijdens zijn nabij-de-doodervaring  opeens in een andere sfeer, in een soort mist. Maar deze mist bestond niet uit kleine waterdruppels maar uit alwetendheid, alle kennis was in deze mist. Omdat hij geen lichamelijke begrenzingen meer had, werd Bo onderdeel geestelijke heelal, zoals een druppel die in de zee valt geen druppel meer is, maar de zee wordt. Deze alwetendheid trof Bo als een donderslag bij heldere hemel. Plotseling had hij alle antwoorden op zijn vragen. Hij wist bijvoorbeeld waarom de Aarde was ontstaan, wanneer en hoe. Later wilde hij dit fenomeen verklaren en las hij dat het gelijktijdig aanwezig zijn van verleden en toekomst de Akasha- kroniek wordt genoemd, wat betekent, dat alles wat ooit gebeurde en wat ooit zal gebeuren als een mogelijk realiteit aanwezig is. Bo vond het interessant dat er geen verleden of toekomst was maar “gewoon“ alles.

“Er beslaat geen tijd. Ons begrip “eeuwigheid”zou eigenlijk als afwezigheid van tijd moeten worden geïnterpreteerd. En toch is er verandering in de andere wereld, alles pulseert, verandert in het permanente nu.” Bo wijst er in de lijn van de bijbelse apostel Paulus op dat dit onderwerp bijna niet met woorden te beschrijven is, omdat de wereld geen ervaring heeft met de afwezigheid van tijd.

Net als andere mensen met een NDE ervoer ook Bo Katzman dat het begrip tijd zoals wij dat beleven heel betrekkelijk is en niet bestaat. (2)

Het aardige in dit verband is dat de Britse wetenschapper John McTaggart Ellis (1866-1925), die in zijn tijd al bekend stond om zijn argument voor de onwerkelijkheid van de tijd, ons er al op wees dat als tijd werkelijk is, het een werkelijkheid is van een heel andere soort. Hij leverde begin vorige eeuw een argument tégen het werkelijk bestaan van de tijd De meningen erover verschillen sterk, toch heeft hij een aantal belangrijke onderscheidingen doorgevoerd die nog steeds gebruikt worden in de filosofie van de tijd.

 

Zijn argument dat tijd niet bestaat bezorgt menig filosoof hoofdpijn.

Pim van Lommel, auteur van Eindeloos bewustzijn, zegt in dit zijn baanbrekende boek overnabij-de-doodervaringen dat het volledige en oneindige bewustzijn overal aanwezig is in een niet aan tijd en plaats gebonden ruimte waar verleden, heden en toekomst tegelijk toegankelijk zijn. Een vrij algemeen kenmerk van een bijna- doodervaring  is volgens Van Lommel dat tijd en afstand wegvallen.

“Afgaande op hun verslagen verkeren mensen met een BDE in een ruimte waar verleden, heden en toekomst gelijktijdig aanwezig zijn en waar alles met alles samenhangt. Ze krijgen de helderste inzichten, begrijpen alles en zien verbanden die ze nooit eerder zagen. Positieve emoties overheersen en velen beseffen dat zij dood zijn, totdat ze merken dat ze terug moeten naar hun lichaam.
Over een hartstilstand van twee minuten kunnen mensen wel een week praten. Als ze er al over praten, want vaak zijn ze zo overweldigd door wat ze hebben ervaren en tegelijk ook bang niet serieus te worden genomen, dat ze er maar liever het zwijgen toe doen.” (3)

 

 

Tussen de sterren doorschieten

 

Ook Arie Stolk  ervoer tijdens zijn nabij-de-doodervaring de tijd als een heel relatief begrip. Op zijn 27e belandde hij met een verwaarloosde longontsteking in het ziekenhuis, waarna een periode van een paar weken volgde waarin hij een aantal malen ‘dood’ was. Dit is de manier waarop hij zijn ervaringen aan anderen die dit niet ervaren hebben, uitdrukt. Hij vraagt zich dan ook nog steeds af of het wel klopt dat hij enkele malen dood was. Jaren later beseft hij dat ‘hier’ niet is wat ‘daar’ is.

‘Daar’ was geen besef van tijd zoals die hier beleefd wordt.

Misschien was het hele proces wel een ervaring van twee minuten in aardse tijd of heeft het de hele tijd geduurd dat hij coma was, hij kan daar nog steeds weinig over zeggen. Wel weet hij dat de tijd zoals wij die beleven illusoir is. Zijn nabij-de-doodervaringen hebben zijn kijk en visie op het leven ingrijpend veranderd. Twee decennia later beïnvloeden ze nog steeds zijn dagelijkse bestaan.

“Voor mijn NDE was ik een druk mannetje, sportte ik heel veel, en had vanaf mijn dertiende last van suikerziekte, dus moest er wel structuur zijn en moest ik op tijd en afgemeten eten en op tijd spuiten. Alles bij mij was dus afgepast en afgewogen in tijd en structuur.

Na mijn NDE had ik nog steeds diabetes, maar ik heb nu helemaal geen structuur meer om dat te reguleren. Ik spuit op andere momenten, al naar gelang ik mij voel en mijn gevoel is na mijn NDE mijn gids wat tijd betreft.”

 

Na zijn NDE had Arie Stolk ook geen besef meer van tijd. Wel van donker en licht maar hij moest heel erg wennen aan de structuur van de dagen, van weken en maanden. Hij herinnert zich dat hij voor zijn werk om de zoveel tijd naar een arts moest, maar hij snapte er niets van. “En nog steeds heb ik niets met agenda’s en zo. Als mijn vriendin zegt dat we vanavond gaan dansen, denk ik, dat zie ik vanavond dan wel. Nog steeds worstel ik dus met tijdsbesef. Als mij gevraagd wordt wanneer we op vakantie gaan, zeg ik hoezo? Ga jij maar plannen. Ik ga wanneer ik er zin in heb.”

Hij spreekt van een aardse werkelijkheid, maar wanneer hij terugkeert in de beleving van wat hij ervoer, is daar geen licht, donker, opgaande of ondergaande zon.

Het “was” en het “is”.

De ervaringen die hij tijdens zijn coma had, kan Arie Stolk nauwelijks beschrijven, maar heeft een en ander toch op papier weten te zetten, al zijn die zoals hij zegt, verwoord in aardse termen. “Ik beschrijf meerdere situaties, maar ik weet nog niet wat er eigenlijk gebeurde. Het is net of de situaties die ik meemaakte een chronologische volgorde hebben, terwijl ik tegelijk weet dat er geen chronologie was. Het kunnen twee seconden zijn geweest maar ook de volle achttien dagen dat ik in het ziekenhuis verbleef. En zelfs nu raak ik zelf uit het nu, waar tijd totaal verdwijnt en dan vraag ik mij af of er wel tijd is, is de toekomst wel echt? Over mijn NDE kan ik vertellen, maar ook weer niets. Ik herken me in wat Bruce Lipton zegt, dat zelfs in het niets er heel veel is, waarmee hij beschrijft wat ik zelf ervaren heb; er is niets en tegelijk is het alles.”

 

Arie Stolk heeft ongeveer achttien dagen in coma gelegen en weet nu dat hij tijdens zijn coma drie ‘verschillende’ ervaringen of drie stadia van een nabij-de-doodervaring had. Dit overigens zonder dat hij een tunnel zag. “Wel heb ik ervaren hoe het is om tussen de sterren door te schieten, los te zijn van mijn  lichaam en op plekken te komen die niet te beschrijven zijn. De eerste keer vond ik doodeng omdat ik dacht dat ik dood ging. En dus hield ik mijn ‘ogen’ dicht. Toen de angst minder werd, durfde ik om me heen te kijken en ontstond er een soort berusting. Ik zag schitterende sterren en planeten of bollen en genoot van de prachtige twinkelingen van de sterren. Er daalde een grote rust in mij. Een rust vol liefde (zoals het kennelijk is) die ik tot op heden nooit meer heb ervaren. Op een gegeven moment ‘zag’ ik een blauwviolette straling (veel mooier dan ik kan beschrijven) waar een enorme energie vanuit ging. Eerst voelde het alsof ik ernaar toe werd getrokken, maar later merkte ik dat ik mezelf stuurde. Het was er donker en licht tegelijk; het donkerte straalde een soort violette Liefdeskracht uit en ik voelde me los, vrij, gelukkig en vreugdevol. Ik kwam terecht in een prachtige natuur, die leek op weilanden waar houten hekken om dammetjes stonden en beekjes doorheen kabbelden. Dieren zag ik niet. De temperatuur was heerlijk en niet te vergelijken met aardse warmte. Ik voelde me thuis en in het alles opgenomen. Omdat de tijd er totaal geen rol speelde, heb ik geen idee hoe lang ik er ben gebleven en in welke volgorde ik de dingen heb gezien en beleefd. Er is simpelweg geen ‘wanneer’. In het derde stadium van mijn ‘dood’ gaan bevond ik me in een soort witblauwe omgeving en daar was ik niet alleen. Er waren meer energieën zoals ‘mijn’ energie die werden omringd door prachtige liefdevolle energiewezens. Deze wezens waren bijna doorzichtig en gehuld in een soort gordijn of sluier. Er werd niet gesproken, alleen maar gevoeld. Ik wás ook die wezens, als één energie, als een arm die bij je lichaam hoort. We waren een eenheid die zich individualiseerde in verschillende vormen. Op dat moment begreep ik in één klap alles. Alsof ik een encyclopedie met alle informatie in me had opgenomen, wat zich in beelden uitdrukte. Wat ik dacht, manifesteerde zich. Ik ervaarde hoe het is om tussen de sterren door te schieten, los te zijn van je lichaam en op plekken te komen die niet te beschrijven zijn. Alles gebeurt tegelijkertijd. Als ik bijvoorbeeld aan Canada dacht, wás ik in Canada en wist ik alles wat met dat land te maken had. Als ik aan mijn meisje dacht, was ik bij haar. Als ik aan de bijbel dacht, zat ik middenin de verhalen. Ik zag alle verbondenheid. De hemel was exact zoals ik het mij voorstelde. Als ik mij wat anders voorstelde, dan was dat er ook. Je kunt dus je eigen hemel creëren. De ‘dood’ bestaat niet! Het is een verzinsel! Ik ontdekte dat doodgaan en geboren worden bij elkaar horen en beide heel creatieve processen zijn. Tijdens het proces van doodgaan vervaagde mijn ‘ik’, mijn ego, en veranderde ik in wie ik werkelijk ben en dat vóelde ik gewoon gebeuren. Ik ‘zag’ dat alles met trillingen en energie te maken heeft. Ik ‘zag’ hoe de frequentie van trillingen zich weer aanpaste aan de energieën die zich opnieuw wilden ervaren in een materieel lichaam. Door de verandering van trilling kon ik mij in deze wonderlijke omgeving als onzichtbare energie manifesteren.”

 

Een ander tijdsbesef

 

Arie Stolk creëerde zijn realiteit door zijn energie te veranderen. En weet nu dat het op aarde ook zo werkt. “Maar kennelijk is er iets van een bescherming, want het gaat hier niet zo snel als daar. Ik heb ervaren hoe het is los te zijn van je lichaam en op plekken te komen die niet te beschrijven zijn.”


Tijd, zegt Arie Stolk, is een heel relatief begrip, zij bestaat gewoon niet. Hij ervaart de tijd nu heel anders dan voor zijn NDE. Zo had hij een gesprek met zijn broer over wat hij ervaren had, maar heeft geen idee of hij nu een hele dag bij hem was of tien seconden. “Na mijn NDE had ik geen besef van tijd, maar na verloop van tijd moest ik er door mijn werk, toch mee leven. Ik heb ook niet zo veel meer met wat mensen elkaar vertellen over wat er allemaal voor ergs er in deze wereld gebeurt, omdat ik weet dat alles wat gebeurt, met elkaar is verbonden, zoals donker en licht, hoogte en diepte, haat en liefde. Het is de mind die ons steeds verhaaltjes vertelt, maar als je er dieper in zit, doorzie je al die verhaaltjes.”

 

Een ander tijdsbesef

 

Er is weinig of geen onderzoek gedaan naar de beleving van tijd bij mensen die terminaal zijn of niet lang meer te leven hebben.

Marina Langereis heeft borstkanker en wil geen behandeling meer en ervaart de tijd nu heel anders. Wat je bij haar ziet is overgave en rust. En dat is merkbaar en voelbaar. Zo heeft ze zelfs de urn al in haar kamer staan en heeft ze alles tot in de puntjes voorbereid. Toen Marina Langereis de diagnose kreeg vond ze daar meteen een zekere rust en vrede in. In deze fase van haar leven voelt ze dat er als het ware bepaalde sluiers om haar heen komen die ervoor zorgen dat ze meer naar binnen keert. Dat geeft ook een ander tijdsbesef. Marina: “Vanuit Advaita wordt gesproken van die enorme openheid waarin het alleen maar zijn is zonder de ervaring, zonder de werkelijke beleving en ik merk steeds meer dat dit besef bij mij binnenkomt. Maar dan is alles weer opeens heel gewoon en doe ik de alledaagse dingen, maar tegelijkertijd is het ook weer niet gewoon. In het ziekenhuis kreeg ik te horen dat ik niet meer zou genezen, maar ik merk dat het stervensproces op een bepaalde manier eigenlijk al is ingezet, hoewel je me nu springlevend ziet .Ik vertelde je al eerder dat ik ergens in 2014 al flashbacks op mijn leven kreeg, waarna ik me afvroeg hoe dat kwam omdat er toen ogenschijnlijk niets aan de hand was, maar toen ik de diagnose kanker kreeg, werd het me duidelijk.”
Marina ervaart nu steeds meer dat sterven een proces van naar binnen gaan is waarbij de buitenwereld zich voor haar gevoel ook buiten haarzelf afspeelt. Het komt niet meer zo binnen als anders, tijd doet er ook niet meer zo toe.

Toen zij de diagnose kreeg was er bij haar dan ook niet zozeer sprake van een strijd tégen kanker. “Vanaf het begin was het één zijn met kanker, wat ik er mee kan en wat het van me vraagt en wat ik eraan kan doen. De kwaliteit van leven heeft altijd centraal gestaan en nu dus ook. Niet zozeer ten koste van alles maar kijken hoe ik het leven kan verlengen, wat ook met tijd heeft te maken. Het gaat om levenskwaliteit waarbij het voor mij erom gaat dat ik de tijd die mij nog resteert zo goed mogelijk besteden wil.”

Ze kan niet zeggen dat de tijd voor haar langzamer of sneller verloopt, maar heeft wel het gevoel dat ze de tijd anders beleeft. Dat kan ze niet goed uitleggen, zegt ze, maar voelt nu aan den lijve, als Advaita zegt, dat alles tegelijkertijd is. “Ik leef nu, maar misschien ben ik nu ook al gestorven. Het klinkt wellicht merkwaardig maar als ik het mezelf nu hoor zeggen, klinkt het volkomen logisch. Het ik-besef doet er ook steeds minder toe; het sterven lijkt al begonnen te zijn, en ik heb het gevoel dat ik er langzaam in over zal gaan. Er wordt vanuit gegaan dat iemand dood is als de ademhaling stopt of als iemand hersendood is, maar ook daarna gaan allerlei processen door. Niet voor niets zeggen Tibetanen dat het lichaam na die laatste adem een tijd rust nodig heeft. Ik ben op een boerderij grootgebracht en was dus al vroeg vertrouwd met de cycli van geboorte en dood; wat groeide en bloeide was om jou tot voedsel te dienen. Die hele natuurcycli heb ik van zo nabij meegemaakt en vond dat altijd heel bijzonder, maar wij zijn daar zo van weggeraakt. Zo ook als het gaat om stervensprocessen. Mensen zijn als de dood voor de dood die dan ook zo lang mogelijk moet worden uitgesteld en weten zich (en dat ervaar ik zelf soms ook) zich niet zo goed raad met mensen die binnenkort komen te overlijden en ik merk dan ook wel dat ik voor hen heel confronterend ben; ik confronteer hen immers met hun eigen sterfelijkheid, vooral als ze zien hoe ik mijn naderende dood goed heb voorbereid. We zijn ook de rituelen daarin ook kwijtgeraakt. Ik woonde in een dorp en als daar iemand was overleden gingen de gordijnen dicht en liepen mensen in het zwart. Dat waren de doodsrituelen daar. En misschien is het ouderwets hoor, maar ik heb daarom mensen ook gevraagd om in het zwart naar mijn crematie te komen. Het gaat om de dood die deel uitmaakt van het normale leven. Door hiermee bezig te zijn beleef ik de tijd, denk ik, in deze fase zo anders. Er zijn mensen die zeggen dat het te vroeg is en dan vraag ik: waarom te vroeg? Als mijn ziel klaar is met haar reis door dit aardse leven, van alles wat het ervaren heeft en zoals ik het zelf aanvoel, moe en op is van alle ervaringen, dan vind ik het eigenlijk wel goed en heb er ook vrede mee. Als ik goed naar mijzelf luister en naar binnen ga, zegt mij ziel: het is klaar met je, je tijd zit erop. Goed, ik ben zevenenvijftig, nog vrij jong dus, en dat vinden mensen te vroeg. Natuurlijk begrijp ik mijn ouders wel die al in de tachtig zijn en willen dat hun kinderen blijven leven en dat het allemaal logisch gaat, maar het leven is in die zin helemaal niet logisch. Ik snap dat ook wel maar voor mijzelf vind ik het niet erg.”

 

Bij de tijd voelen

 

Hoewel zij zich realiseert dat kanker met lijden gepaard kan gaan, hoopt zij dat ze in haar leven zoveel kennis en wijsheid heeft opgedaan en in zo’n nauw contact staat met haar ziel, dat ze  op een gegeven moment kan zeggen:  ‘Weet je, het is genoeg zo, ik ga nu.’

“En het liefst voordat er door middel van euthanasie of palliatieve sedatie ingegrepen moet worden. Het is mooi dat het kan, maar ik hoop dat ik voor die tijd zelf innerlijk kan besluiten om te gaan; nu is het klaar. En daarom is het voor mij ook zo belangrijk dat diepe contact te behouden en het schoon te houden en dat veroorzaakt ook een andere beleving van de tijd. Ik neem dingen waar die er voorheen niet waren. Mijn wereld wordt kleiner en het systeem doet dat gewoon zelf. En het kan best zijn dat het nog heel lang duurt hoor, een tijd waarin ik nog dingen kan helen. Niet genezen, maar helen! Er kan nog veel geheeld worden.”

 

Bij nabij-de-dood-ervaringen krijgen mensen vaak terugblikken op hun leven en het kenmerkende is dat er geen oordelen zijn over wat zich in het leven heeft voorgedaan. Zo ervaart Marina Langereis het ook. “Ik heb natuurlijk ook fouten gemaakt, maar die zijn gedaan in de persoonlijkheid die ik nu steeds meer ga afleggen. We doen in dit leven ervaringen op van de persoonlijkheid en die gaat niet mee en blijft hier achter.

Die IK met mijn persoonlijkheid en lichaam, blijft achter. Bij de meesten gaat het om het uitleven van het ego, maar bij mij gaat het om het afleggen van het ego en dat werkt voor mij heel helend. Natuurlijk is er ook de gewone tijd dat ik de dingen hier doe, in de keuken sta en mijn huis schoonmaak en boodschappen ga doen, maar vraag me dan wel af, hoelang ik dit kan blijven doen en dan is tijd een betrekkelijke gewaarwording. Het is bij de tijd zijn door steeds weer te voelen wat ik wil, kan en nodig heb maar ook wat ik nog geven kan aan mensen en wellicht ook door mijn verhaal.”

 

Buiten de tijd geplaatst worden

 

Stervensbegeleiders ervaren tijdens het streven van hun patiencen eveneens een ‘buiten de tijd’; staan.

Ineke Koedam is een ervaren hospicewerker en heeft sinds 2003 haar eigen praktijk Weerschijn, voor sterven, afscheid en rouw.

Ook schreef ze het mooie boek In het licht van sterven. Ervaringen op de grens van leven en dood.
Ze heeft in haar werk ook ervaren dat mensen die niet lang meer te leven hebben, de tijd anders ervaren. Ze zijn in staat zich tussen verschillende werkelijkheden te bewegen. Op het ene moment zijn ze in de kamer of liggen op hun bed, om op een ander moment in een totaal andere sfeer te vertoeven. “Soms zie je dat mensen wegkijken, of door je heen lijken te kijken, je aankijken maar je niet zien, maar je ziet dat ze al in een andere sfeer zijn en niet hier in het dagelijkse bewustzijn. Dat zijn momenten met een heel andere tijdsbeleving en soms vertellen ze daar ook over. Dat waar ze waren, het heel mooi was en ze geen pijn hadden. Ze hebben een heel ander besef van tijd. Bezoekers zeggen vaak getroffen te zijn door de andere en aangename sfeer in een hospice en zelf ervaar ik dat ook zo.”

 

Stervensbegeleiders kunnen daar inderdaad iets van meebeleven en komen soms ook in een als het ware andere tijdsbeleving terecht. Mensen die stervenden bezoeken geven aan een heel aangename sfeer en rust te ervaren. Het hele gedoe van de wereld is niet meer zo dominant aanwezig.

Soms ervaren ze, net als bij een NDE, een vertraging van de tijd, of een buiten de tijd staan. Ze maken contact met een andere sfeer, een andere energie zoals die bijvoorbeeld ook tijdens een diepe meditatie ervaren kan worden.

Ineke: “Ik denk dat het er altijd is, maar dat we niet altijd in staat zijn daar verbinding mee te maken. “

 

Ineke Koedam heeft het gevoel dat er rond het sterven andere krachten zijn die het makkelijker maken om meegenomen te worden in een andere sfeer. Ze spreekt ook van een bijzonder moment als ze met de laatste zorg bezig is, met wat in het ziekenhuis ook wel het afleggen genoemd wordt. “Je verzorgt iemand en baart haar of hem op en dat vindt ook in een afgeschermde sfeer plaats; mensen kunnen niet zo maar binnenkomen en in en uit lopen. Je bent dan aan het werk en je wordt opgenomen in een heel andere sfeer en je hebt het gevoel dat je even buiten de tijd wordt geplaatst, een soort tijdloosheid. En vaak is het dan even wennen als het werk klaar is en je weer een andere tijdsbeleving ervaart. Het lijkt op een vertraging van de tijd maar dat is toch niet waar. Dat maakt die beleving zo anders. Ik denk dat er op zo’n moment contact is met een sfeer en energie waarmee we in het dagelijks leven vaak geen verbinding maken.”

 

Geen lineaire tijd

 

Een van haar eerste ervaringen in het hospice was met een vrouw die doofstom was. Dat vroeg een enorme afstemming in communicatie.

“Ze was heel ziek. Ze zag geel door een leveraandoening, was heel erg vermagerd en was doorschijnend als een engel. Ze was ook een tijd in een andere wereld en was niet meer aanspreekbaar. Ik was bij haar met een aantal familieleden toen ze zich opeens oprichtte, (wat je niet verwacht had van iemand die zo verzwakt was), spreidde haar armen, keek haar familieleden een voor een aan en er trok een stralende lach over haar gezicht, zakte terug op haar kussen en overleed kort daarna. Op dat moment was er in die kamer sprake van een heel diepe vrede, een sfeer waar ik nog bij kan komen. Het is eigenlijk een stukje meegaan met de stervende. Maar er zijn andere gevallen hoor, zoals een vrouw die op de kamer van een stervende een enorme kou ervoer. Zij ging dus even mee in wat de stervende op dat moment meemaakte, maar over het algemeen is die vredige sfeer er wel.”

In haar boek schrijft Ineke Koedam ook over man die heel cynisch over zijn einde sprak, maar tegen de tijd dat hij zou overlijden steeds milder en zachter werd. Emoties  en gevoelens kunnen transformeren wat kan voorkomen dat mensen niet  in wrok en boosheid overgaan.

“Er wordt in die levensfases veel innerlijk werk verricht en het is mooi om te zien hoe mensen daardoor veranderen. Mensen die gaan sterven zijn verwikkeld in een wezenlijk en betekenisvol proces. Zo herinner ik mij dat ik als vrijwilliger waakte bij een jonge man van vijfendertig die van alles murmelde. Ik deed heel erg mijn best om te luisteren naar wat hij zei. Later zei een collega dat wat hij probeerde te zeggen helemaal niet voor mij bestemd was; ik besefte toen dat we niet alles hoeven te begrijpen. Het was innerlijk werk dat die jongen verrichte, wat nodig was om tot afwikkeling en afronding van zijn leven te komen. We kunnen veel waarnemen maar er is ook veel dat zich aan ons zicht onttrekt. Maar in die periode dat dit innerlijke werk wordt verricht om tot afronding van hun leven te komen, trekken stervenden zich steeds meer terug en beleven de tijd ook heel anders. Wat ik ook ervaar is dat mensen die na het overgaan van een dierbare, de tijd ook even anders beleven”

Wij beleven hier de tijd als lineair maar in de sfeer waar stervenden heen gaan, bestaat die niet. Ik heb zelf een gevoel gehad, een ervaring, waarvan ik dacht dat verleden, heden en toekomst, samen vielen in één moment. We leven en werken hier met lineaire tijd, met uren, dagen, weken, maanden, jaren en agenda’s, maar tegelijk is het er zonder dat we dat beseffen, allemaal tegelijkertijd. Ik denk dat op het niveau van de beleving dat tijdloze ervaren wordt, maar in het fysieke, dagelijkse bewustzijn bestaan ervaren we dat niet of in ieder geval anders.”

 

Door haar omgaan met stervenden ervaart Ineke Koedam nu en dan de tijd anders, al laat ze zich ook vaak meeslepen door de dagelijkse dingen die moeten gebeuren. “ Door wat ik bij stervenden ervaar, kan ik soms, als ik mij te veel verlies in wat er dagelijks gebeuren moet, naar dergelijke momenten teruggaan, maar ik ben niet constant in die andere tijd. Was dat maar waar.”

 

 

1)      InfoNu.nl


 

 

(1)   De Britste metafysicus John Ellis McTaggart (1866-1925) was in zijn tijd vooral bekend om zijn vsie op de onwerkelijkheid van de tijd

 

 

(2)    Tijdschrift Terugkeer.

 

(3)   Trouw, 2 februari 2008